Philip Hommes 20-10-2017
342 favorite favorites
bookmark bookmark

Van oudsher had het vak van Makelaar-Taxateur vele disciplines in zich. Behalve de kennis rondom het kopen en verkopen van huizen en ander onroerend goed wist de makelaar ook het nodige van hypotheken en verzekeringen, pensioenen en zelfs bankieren was de makelaar niet vreemd. Zo zag je dat een makelaar vaak ook bemiddelde in hypotheken en verzekeringen en hadden sommigen zelfs een kantoor van een Regio-bank of financieringskantoor aan huis. Zo zag de wereld van de makelaardij er ook uit toen ik met dit mooie vak begon.

In de loop der jaren is daar veel in veranderd. Met de komst van meer en betere regelgeving werd de makelaar gedwongen steeds meer – en betere – kennis in huis te hebben van de verschillende disciplines. Diverse diploma’s werden een vereiste en ook verplichte jaarlijkse educatie werd een verplichting om er voor te zorgen dat de kennis op peil bleef om de klant goed te kunnen adviseren.
Ik weet het nog goed, want behalve dat ik nog door de rechtbank beëdigd ben als makelaar ( ja zo ging dat nog in die tijd!) heb ik nog diploma’s behaald voor hypotheekadviseur, pensioenpraktijk en assurantie B. Op gegeven moment was je meer met cursussen en educatie bezig dan met de makelaardij. En nog steeds moet ik jaarlijks mijn verplichte educatiepunten bijeen sprokkelen.
Het gevolg was dat je in de loop der jaren zag dat in de makelaardij de taken meer en meer verdeeld werden. Behalve met een makelaar werden de kantoren ook uitgerust met een aparte hypotheek- of verzekeringsadviseur of zochten samenwerking met verzekeringskantoren. Alle kennis is nu eenmaal niet in één persoon te verenigen en de werkzaamheden werden ook te veel voor één persoon.

Met de komst van de Wet Financiële Dienstverlening op 12 mei 2005, de vervanging hiervan door de Wet Financieel Toezicht en de toezichthouder Autoriteit Financiële Markten werd de scheiding tussen verschillende vormen van dienstverlening nog sterker en maakten diverse makelaarskantoren de afweging of ze met alle vormen van dienstverlening door bleven gaan – met de nodige investeringen – of dat er gekozen werd om met één branche activiteit, makelaardij of financiële dienstverlening of verzekeringen door te gaan. Sommige stopten hiermee, andere splitsten hun bedrijven.

En nu staan we voor de volgende scheiding van disciplines binnen de makelaardij.
Om te voldoen aan de European Valuation Standards (EVS) en International Valuation Standards (IVS) is er sinds 1 januari 2016 een duidelijke scheiding aangebracht tussen het makelaarsregister en het taxateurs register. Er was altijd al wel de mogelijkheid om je sec als taxateur te laten beëdigen, maar door de beugel genomen werd iedere makelaar tevens als taxateur beëdigd. Daar gaat in het kader van de EVS en IVS verandering in komen. Vooruitlopend hierop worden de opleidingstrajecten vanaf 2018 gescheiden. De taken van makelaars en taxateurs verschillen van elkaar, terwijl zij nog wel op dezelfde wijze opgeleid en getoetst worden. Vanaf april 2018 zal dit veranderen en worden de opleidingsroutes en examens (deels) gescheiden, omdat voor beide vakgebieden andere kennis en vaardigheden nodig zijn. Hiertoe is door VastgoedCert (het register voor makelaars) voor de makelaarsroute een nieuw beroepscompetentieprofiel en nieuwe eind- en toetstermen opgesteld. Voor de taxateursroute is het NRVT (register voor taxateurs) bezig met het opstellen hiervan.

Praktisch gezien betekent dit dat het vak van makelaar en taxateur van elkaar gescheiden gaan worden en dat makelaars opnieuw voor een keuze gesteld gaan worden.

Vooruitlopend op de uitvoering van deze wet- en regelgeving heb ik besloten hierin alvast mijn koers te gaan bepalen en mijn dienstverlening te gaan concentreren op het taxeren van onroerend goed. Dat betekent dat de nadruk van onze dienstverlening op het taxeren gaat liggen en dat het aan- en verkopen van onroerend goed – het makelen – een ondergeschikte rol zal krijgen totdat de scheiding definitief is geworden. Het volledig toeleggen op het taxeren van onroerend goed zal er voor zorgen dat onafhankelijkheid meer en beter gewaarborgd is bij het vaststellen van de waarde van het onroerend goed en geeft daarom meer vertrouwen naar opdrachtgevers zoals financieringsinstellingen. Daarnaast geeft het ons de ruimte om ons eigen product – de statustaxatie – (nulmeting) volop aandacht te geven.

Facebook LinkedIn Twitter Share on Google+